|
Geschiedenis Coq Utrecht
De oprichting van Coq vindt plaats op 22 juli in 1916 met de stichting van N.V. Electro-Apparatenfabrieken "Systeem Coq" door Ir. H.A. Hidde Nijland. Doel was de vervaardiging van electrische apparaten voor laag- en hoogspanningstoepassing. Het bedrijf werd gevestigd aan de Ridderschapstraat in Utrecht. In 1917 nam Coq deel aan de eerste Utrechtse Jaarbeurs met hefboomschakelaars 500V en 350A, schakelborden, verdeelkasten, smeltveiligheden en scheidingsschakelaars tot 25kV.
|
  |
Dr. Ir. H.A. Hidde Nijland begon zijn loopbaan bij de NV Electrotechnisch Industrie v/h W. Smit en Co te Slikkerveer na in 1908 als 23 jarige electro-technisch ingenieur te zijn afgestudeerd . Als we even terug zouden kijken naar het stuk historie van Smit Slikkerveer en daaraan nog enige gegevens toevoegen dan ontstaat het volgende overzicht:
- 09-11-1860 Willem Benjamin Smit geboren
- 01-11-1882 Willem Smit en Co Slikkerveer opgericht door Willem Benjamin Smit.
- 03-04-1911 NV Willem Smit en Co Electromotorenfabriek opgericht door Willem Benjamin Smit, gesitueerd in Dordrecht en later de EMF Dordt.
- 05-11-1913 Smit Transformatorenfabriek Nijmegen opgericht op initiatief van Willem Benjamin Smit (feitelijk door Ir. Th. Rosskopf/Ir. A. J. Bergsma).
- 22-07-1916 NV Electro Apparatenfabrieken "Systeem Coq" opgericht door Ir. Hendrik Arend Hidde Nijland in Utrecht.

Eerste personeelsfoto Coq Utrecht 1917 (zittend in het midden, Hidde Nijland). Bron: Archief Coq.

Bron: NRC 01-09-1916
De fabriek was dus in 1916 geboren en moest voorzien worden van machines en werktuigen. Er moesten werknemers worden aangesteld en lonen betaald worden. Maar ook afnemers moesten worden gekweekt en deze moeten bezocht worden –maar bovenal er diende geld te zijn. De oprichter had wel enige toezeggingen tot deelneming maat moest toch meer mensen voor zijn onderneming interesseren. Hij moest dit alles alleen doen, dus: overdag op reis en ’s avonds en dikwijls ’s nachts de zorgen voor de fabriek. Men meent vaak dat het in onze tijd het niet zo nodig is loodzware lasten van verantwoordelijkheden op de schouders te nemen omdat het zonder dat ook wel zal gaan.
 Een van de eerste handschakelaars uit 1916 10kV.
Wie de heer Hidde Nijland gekend heeft weet wel beter. Hij achtte zichzelf niet alleen verantwoordelijk voor de gang van zaken in het bedrijf, maar ook voor het handhaven van de goede naam van het fabrikaat, zijn eigen schepping het "Systeem Coq" product van zijn geest. Hij bleef nooit stilstaan bij het reeds bereikte hoe indrukwekkend dat in de tijd waarin het tot stand kwam ook werd gevonden en ook werkelijk was. Hij bleef aan zijn geesteskind arbeiden, zocht onvermoeibaar naar verbeteringen, toetste zijn product aan de steeds zwaarder wordende eisen, welke de technische vooruitgang ging stellen en trachtte ook steeds daarop vooruit te lopen. Op deze wijze bouwde hij steen voor steen aan de fabriek die hij in zijn gedachte had. Aan het eind van zijn leven liet hij een fabriek na met internationale vertakkingen. Met het bovenstaande is in kort bestek iets geschreven over de bijzondere persoonlijkheid van de in deze maand 20 jaar gelden, overleden president-directeur dr. Ir. H.A. Hidde Nijland. Met betrekking tot het 46 jarig fabricageprogramma van zijn onderneming zegt ook onderstaand kort bestek met vaderlandse woorden: "Ay siet wat goede courage vermag"
Het was in 1916 een bescheiden begin van "Systeem Coq" in een voormalig auto werk plaats aan de Ridderschapstraat no 6 in de binnenstad van Utrecht.

 Vergaderkamer 1917-1920

Coq 1920.
Na enige jaren laagspanningsschakelmateriaal te hebben vervaardigd in de oorspronkelijke vestiging werd na een brand in 1920
het bedrijf inderhaast overgebracht naar een fabrieksgebouw, dat de oorsprong is van het huidige Coqcomplex aan de Kanaalweg 72.

 1920 : Hidde Nijland met zijn commissarissen (Hidde Nijland 2e van rechts).
In 1922 verschijnt de eerste echte gesloten schakelmaterieel. In de kronieken staat ergens, dat het soms veel moeite kostte om nieuwe nog totaal onbekende vormen van hoogspanningsmaterieel ingang te doen vinden. Dhr. Nijland had hiervoor de volgende methode. Hij bezocht een bepaald bedrijf met de regelmaat van de klok een jaar lang eenmaal in de veertien dagen tot hij eindelijk een order kreeg (waarschijnlijk heeft hij toen al "volk" geroepen). Het is best mogelijk dat men dit deed om van hem af te zijn. Wanneer de eerste batterij echter eenmaal in bedrijf was, bleef dat bedrijf tot de afnemers behoren.
 In 1920 brengt prins Hendrik tijdens de beurs in Utrecht een bezoek aan de stand van Coq.
Al in 1922 wordt het eerste geheel gesloten hoogspanningsschakelmateriaal op de markt gebracht. Type KS (Kabeleindsluiting+ Scheider) en KSA (Kabeleindsluiting+ Scheider + Automaat), in 1923 is het eerste grote schakelstation "Amsteldijk" 60 velden met 6 en 10kV. In de jaren daarna worden de spanningen en vermogens steeds groter.
KSA%203-10kV.jpg)
KSA*3/10kV. Bron: Archief Coq.

10kV PUEM Utrecht Obrechtplein ±1930. Bron: HHG/Coq.
 10kV uit 1922
 Lossen 10 kV 1922
De periode van 1922 tot 1927 stond geheel in het teken van de levering van schakelinstallaties van het vierkante type, van kleine installaties tot stations van grote afmetingen. Door de groter wordende centrales begon men te denken aan grotere te onderbreken vermogens. Dit maakte drukvaste tanks nodig en omdat die vervelende bakken altijd rond wilde worden als je er een explosie in maakte, lag het voor de hand ze meteen maar rond te maken. Zo ontstond het supermateriaal. Dan komen we langzamerhand in het gebied van de hogere spanningen van 24.000, 24kV voor Rotterdam naar 36kV voor de CEF in België. Eenvoudig ging dit echter niet. Het wantrouwen tegen nieuwe ideeën en veranderingen stak steeds weer de kop op. Zo twijfelde de directeur van Rotterdam aan ons bekende losvast-zetinrichting. Dhr, Nijland vroeg hem toen of hij wel een bier uit een flesje had gedronken. Toen hier een bevestigend antwoord op kwam zei hij: "nou de sluiting daarvan is net als de onze losvast en zo’n flesje gaat toch ook niet vanzelf open". De genoemde directeur was toen geheel overtuigd.
 Olieschakelaar 10 kV uit 1922

Olieschakelaar 1922
 Inspectie installatie in Frankrijk 1930
 Bron: NRC 15-08-1929
In verband met de electrificatie van de Nederlandse Spoorwegen worden vanaf 1932 25kV onderstations gebouwd.
Deze periode werd gevolgd door de levering in 1934 van een schakelinstallatie voorhet onderstation Veenendaal van de P.U.E.M. Het eerste station in een buiten opstelling. Een grote sprong in de ontwikkeling betekende de aanmaakvan een 100.000 Volt installatie voor de P.E.B. in Groningen bestemd voor Gasselte met gescheiden fasen in olie geïsoleerd.
De 100kV olie-arme schakelaars worden in 1937 ontwikkeld. In de oorlogsperiode 1940-1945 volgt de ontwikkeling van 150kV schakelmateriaal.
WOII
Inmiddels heeft de Tweede Wereldoorlog een schaduw over ons land gelegd. Deze situatie zag de hr. Nijland gewoon zwart-wit en weigerde elke medewerking met de bezetters. De oorlogsjaren werden overigens goed gebruikt. Reeds voor de oorlog waren in elektriciteitskringen van ons land plannen ontstaan om te koen tot koppeling van de Vaderlandse centrales. Voor deze koppeling dacht men aan schakelinstallaties voor 150.000 Volt, die tot dat tijdsip nog niet in Nederland waren gebouwd, noch in open, noch in gesloten uitvoering. Dhr. Nijland, die hier grote mogelijkheden voor de fabriek direct ziende wilde een dergelijke schakelinrichting in gesloten uitvoering wel gaan bouwen, na enige jaren van naarstig speuren en veel researchwerk zodanige resultaten bereikt, dat de directie van de P.L.E.M. op 31 december 1942 ons de levering opdroeg voor een dergelijke installatie met een afschakelvermogen van 1500mVA. In april 1947 kwam dan deze destijds voor ons enorme installatie gereed. Echter inmiddels zag het er duidelijk naar uit dat de stijging van het elektriciteitsgebruik onverminderd voort zou gaan. Feitelijk moest al aan een afschakelvermogen van 2500mVA kunnen worden voldaan.
 Prachtige foto van het vervoer van een Coq installatie 1940-1950.
Isolatiemateriaal Coquolite
Het woord "Coquolite" komen we altijd tegen wanneer we het hebben over machines van Coq Utrecht. Wat is nu eigenlijk coquolite?
Coquolite is een speciaal dun, sterk papier (bij voorkeur uit Noord Scandinavië, omdat de bomen daar langzamer groeien en een ander cellulose aandeel hebben) wat gebruikt werd als een isolatiemateriaal (in kunsthars gedrenkt) dat onder hoge druk in de gewenste vorm werd gewikkeld om daarna in een oven te worden uitgehard. Dit isolatie materiaal werd in de eigen fabriek aan de Kanaalweg te Utrecht gefabriceerd. Daar het materiaal enigszins hygroscopisch is moet het geconditioneerd of ondergedompeld in isoleerolie bewaard worden. Alle spanningvoerende delen (actieve delen) in de Coq-installatie zijn met coqolite bekleed. Het isolatiemateriaal vormt als het ware een minutieus uitgekiend bouwpakket van coqolite onderdelen (buizen, ringen, plaatjes, schroeven etc.,) van verschillende afmetingen om zo de uit vele losse componenten bestaande HS installatie volledig de kunnen isoleren met coqolite. De gehele installatie is vervolgens afgevuld met isoleerolie (Shell Diala B) deze olie dient als koeling, isolatie en bescherming tegen indringend vocht.
Papier voorbereiding Coquolite
Het papier werd eenzijdig voorzien van een mengsel bijenwas–oplosmiddel en hars. Op een wikkeldoorn met de gewenste binnendiameter werd onder een temperatuur van ca.100° Celsius, het voorbewerkte papier onderdruk van rollen opgewikkeld, zodat er tussen de lagen geen lucht achterbleef.
Als meer dan de gewenste buitendiameter bereikt was werd de binnendoorn verwijderd en de koker gebakken in een oven, waardoor de oplosmiddelen ook verdwenen. Na afkoeling werd de koker in- en uitwendig op draaibanken bewerkt en op lengte gemaakt vlgs tekening . Daarna werd de koker afgelakt, om vocht invloeden te beperken. Van elke koker werden monsterringen beproefd op doorslagwaarde per cm , en van een stel kokers van hetzelfde papier/procedé werden kokers beproefd op diëlektrische vastheid, zoals tangens δ metingen bij diverse temperaturen en spanningen. Pas daarna werden ze in de installatie toegepast.
Door: Ton van der Sluis (Siemens) Oud medewerker COQ.
 Fabriek van Coq: Lakken met de hand (1942). Rechts op de foto de oven, in oorlogstijd bleef men de hele avond bij de oven i.v.m diefstal van brandstof .
 Draaierij werkplaats Utrecht 1940 - 1950
Ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum in 1941, bood het personeel een plaquette aan de directie aan.
Besloten werd over te gaan tot ombouw naar 2500mVA, maar …. de voortgang van werkzaamheden moest enige jaren wachten omdat de KEMA de benodigde proeven niet kon verrichten. De bezettende macht had nl. de gehele apparatuur afgevoerd. Deze wachtjaren werden evenwel goed benut met heel wat pionierswerk. De stijging van het elektriciteitsverbruik ging echter onverminderd voort. Toe de KEMA poorten opengingen bood dhr. Nijland aan om de installatie te verbouwen naar 3500mVA. Opnieuw beproevingen, opnieuw research op grote schaal weer een overwinning. Eind 1952 werden de proeven met succes afgesloten. Hoeveel denkwerk, durf en strijd kan men toch in enige simpele regels vastleggen. De veranderingen waren echter zo grondig dat feitelijk een nieuwe installatie ging ontstaan. De opdracht van de P.L.E.M. werd begin 1953 ontvangen. Weer aan de slag.
Als we de jaartallen steeds volgen dan zien we in 1953 na contacten met krachtige industriële groep in Frankrijk de oprichting en inbedrijfstelling (1954) van een fabriek in Frankrijk voor de fabricage van ons schakelmateriaal de SA "Coq-France" een wens die oprichter Hidde Nijland al vanaf het begin had. De goede naam van ons schakelmateriaal dwingt verder naar het Zuiden door. Dhr. Nijland werd benaderd nu door een groot concern in Italië. Echter hier niet de oprichting van een fabriek maar over de bouw in licentie van ons materiaal aldaar.
Wederom in 1954 werd een definitief contract getekend. De jonge haan was nu wel volwassen geworden. Gedurende de hiervoor geschetste gebeurtenissen heeft het bedrijf doorgewerkt en de voor ons zo belangrijke 150.000 Volt installatie is inmiddels gereed gekomen en opgeleverd. De ingebruikname vond op 9 september 1958 plaats te Lutterade. Commissaris der Koningin in de provincie Limburg en de president-commissaris van de Provinciale Limburger Elektriciteits Maatschappij hebben toen het nieuwe schakelstation, een grootse eersteling, zijn plaats te innemen in de elektriciteitsvoorziening.
Drie jaar later – korte tijd voor het overlijden van dhr. Nijland - volgde nog de aflevering van een installatie bestemd voor een schakelstation in de buurt van Genua. Deze technische prestaties hebben destijds in binnen en buitenland sterk de aandacht getrokken. In 1962 ging een hoogst opmerkelijke persoonlijkheid heen uit de Nederlandse sterkstroom industrie een man die door de bijzondere gaven van intellect, creativiteit en commercieel talent een personificatie was van de technische innovatie op zijn gebied. Binnen- en buitenlandse onderscheidingen zijn hem verleend voor zijn verdienste als industrieel en als mede-oprichter van een bedrijf in Frankrijk resp. als verlener van licenties aan verschillende buitenlandse ondernemingen. Door dr. Ir. Hidde Nijland zelf werd de verlening van het eredoctoraat in de technische wetenschappen aan de Technische Hogeschool Delft in 1955 als hoogste erkenning ervaren.

 Hidde Nijland Bureau van Hidde Nijland
In februari 1962 overlijdt dr. Ir. H.A. Hidde Nijland. Hij wordt opgevolgd door ir. R. Tijken. De besprekingen over vergaande samenwerking met Smit Nijmegen en Smit Slikkerveer verliepen tot dat moment moeizaam. Zowel Smit Slikkerveer als Coq hebben hun bedenkingen. Na zijn overlijden wordt Coq een onderdeel vam Smit Nijmegen, waar EMF Dordrecht, AFO Hattem en Smit Ede al zijn ondergebracht. Smit Slikkerveer wordt dan door de Heemaf in Hengelo overgenomen.
In 1964 wordt een deel van Coq overgebracht naar Smit, in 1966 gaat een ander deel samen met Hazemeyer. In 1982 wordt verhuisd naar Amersfoort. Na 1989, bij de uitverkoop bij Begemann komt een deel van Coq via Elin-Vatech (1995) bij Siemens(2006). HAT middenspanning gaat via UBS (1995), Delta (1998) naar Eaton (2003). Al deze veranderingen kostten een aantal medewerkers hun baan. In 2001 was er een staking om tot een beter sociaal plan te komen. De laatste groepsfoto met 110 medewerkers werd in 2002 gemaakt

Coq Wikkelmachine 1965.
 Coq afdeling bewerking (1960 - 1970).

Coq wikkelmachine 1970.
 Laatste groepsfoto
Op 1 mei 1965 wordt prof. Ir. A.G. Vorster benoemd tot directeur als opvolger van ir. R. Tijken. In 1982 zijn A.A. de Heus en J. Renique de directeuren.
Tussen 1962 en 1966 wordt op ruime schaal gebruik gemaakt van kunstharsen voor isolatoren e.d. In 1967 volgt een onderstation voor de P.Z.E.M. met een afschakelvermogen van 150gVA. Ook in 1967 wordt de al in Hardenbergse aanwezige vestiging uitgebreid. In 1969 ontstaat de grote Holec waarin Smit Nijmegen, met Coq, samengaan met de kleine Holec met Heemaf, inclusief Smit Slikkerveer en Hazemeijer.
In 1966 bestond men 50 jaar en ter gelegenheid van dit jubileum schonk het personeel wederom een mooie plaquette aan de directie.

In 1952 brengt prins Bernhard een bezoek aan de Nederlandse industriële tentoonstelling "Asi es Olanda" in Mexico DF in 1952 waar hij de Mexicaanse President Miquel Alemán Valdés rondleidt. Hieronder ziet u de delegatie bij de beursstand van N.V. Coq uit Utrecht.
 Bron: Archief Coq Utrecht.
Door het sterk achterblijven van investeringen op het gebied van de elektriciteitsvoorziening in Nederland en in het buitenland vallen er klappen binnen de Holec. Een van de gevolgen is de sluiting van de vestiging in Hardenberg in 1977.
 Zo viel Coq uitelkaar.
 Schema Coq.
De naam Coq, Frans voor haan was al vanaf het begin ingegeven om ook in Frankrijk zaken te beginnen. De naam is ontstaan door de voorletters en achternaam van Hidde Nijland achter elkaar te zetten H.A.H.N. In het Duits is dat Hahn, in het Nederlands Haan. is De Eerste Wereldoorlog hield de oprichting tegen. Pas in 1953 gaat Coq zaken in Frankrijk doen.
Ay siet wat goede courage vermag!
Gebed voor Coq
Heer, zie neer op deze klere kast Waarvan nooit wat past Maar moest het toch zijn Dan is er weer een oliefestijn P.Z.E.M. en N.K.F zijn steeds bereid Om Coq te helpen uit zijn narigheid Maar om hen steeds weer bij te staan Gaan onze vrije uren naar de maan Maar even verder gaan zonder gein Coq zijn dank zal oneindig zijn
 Bron: Archief Holec/ Archief Smit Transformatoren / Ton van der Sluis, Siemens (oud medewerker Coq)
|
Ik ben de zoon van Ben Wilbrink ,
Mijn vader heeft bij Coq in Utrecht gewerkt,
en zegt dan altijd dat het een mooie tijd was.
Ik heb 14 jaar bij DE gewerkt in Utrecht ,en ik zeg ook steeds dat het een mooie tijd was.
Ben nu een boek aan het maken over de mooiste oude bedrijven met gevoel en emotie .
Lijkt me zo mooi om aan materiaal te komen zoals oude foto,s van bv een allerdaagse dag of van een bedrijfsfeestje of iets anders!!
Hoop dat hier nog iets van is .
Groet
Remco Wilbrink
Montfoort
mijn grootvader w. wijnen heeft een medaile gekregen ter ere van 25 jaar jubileum ( 1937-1962)en heeft daarnaast ook een fotoalbum met allerlei foto's van afdelingen en personeel. ik hoor graag of hier belangstelling voor is . groeten p. wijnen
Maar nu mijn vraag.. Mijn vader heeft op de kanaalweg gewerkt. Uit de verhalen die hij wel eens vertelde begreep ik dat hij onderhouds- of schilder was. Ook heb ik hem horen vertellen dat hij met de trein naar amsterdam moest om daar "generatoren" te schilderen.
Mogelijk is hij in dienst gekomen in 1950 en uit dienst gegaan in 1959. Zijn naam Johan de Jager, maar ook wel Jacob, Jacobus, Co of cobus genaamd.
In 2008 is hij overleden en ik zou graag in contact komen met mensen die hem hebben gekend of waar hij mee samengewerkt heeft.
Maar dan de tweede reden van dit bericht: de laatste foto is niet Prins Berbard die bij de N.V. Coq te Utrecht op bezoek is, maar (inderdaad) bij de stand van "Coq" op de Nederlandse industriële tentoonstelling "Asi es Olanda" in Mexico DF in 1952 waar hij de Mexicaanse President Miquel Alemán Valdés rondleidt.
Mijn vader, Dirk Volker Nijland (die U op de rug ziet naast het apparaat) , die een zoon was van de kunstschilder Dirk Hidde Nijland, een broer van Henk Hidde Nijland, had in 1948 een werkrelatie met de N.V. Coq gekregen om het personeelsblad 'Cantecleer' te verzorgen, maar had na verloop van tijd ook een taak bij de afdeling Verkoop en vertegenwoordige "Coq" als zodanig op deze beurs.
Onder het pseudoniem G. van de Walcheren schreef mijn vader later de roman "Scherven langs de Hemel" (1955, Amsterdam: Uitgeverij Meulenhoff; Bijenkorf literatuurprijs 1956) over het reilen en zeilen bij de N.V. Coq, maar verplaatste deze bedrijfswereld naar de fictieve scooterfabriek S.A. Moto-Minini in Italië. Kort daarop stopte de de werkrelatie tussen de N.V. Coq en mijn vader.
Alle succes toegewenst met deze Coq site !!
Dirk J. Nijland.
Mvg Piet Verheijen Ospel Limburg
Wij hebben zeker interesse. Zou je svp contact met mij op willen nemen?
M.v.g.
Rudo Hermsen
Ik bezit nog een boek uit 1947 over coq omdat mijn grootvader toen 25 bij coq in dienst was.Mijn grootvader is ruim 50 jaar in dienst geweest van coq.
Hij is 1959 met pensioen gegaan en ik ben in 1962 bij coq begonnen
Daarnaast heb ik nog een boekje uit 1956 waarin alle afdelingen in foto's staan.
ik hoor wel of er belangstelling voor is.
Met vriendelijke groet,
Jan Tigchelaar